Artikel uit De Twentsche Courant Tubantia van 15-08-2001    <terug>

Schildersmuseum komt uit de verf

BOEKELO - Hij kreeg de verf met de paplepel ingegoten. Opa was huisschilder, vader ook. Geen wonder dat Frans van den Dobbelsteen het ambachtelijke schildersvak koestert. De 72-jarige Boekeloër is een van de drijvende krachten achter het toekomstige schildersmuseum zijn woonplaats. Jan te Lintelo uit Haaksbergen steunt het initiatief.

Frans van den Dobbelsteen, één van de drijvende krachten achter het toekomstige schildersmuseum in Boekelo. ‘Het is zo’n mooi beroep.’
(foto WOUTER BORRE)

Van den Dobbelsteen en de zijnen zoeken al een kleine tien jaar naar een geschikt onderkomen voor een museum. Hun liefde voor het ouderwetse vakmanschap is groot. In 1992 werd de Stichting Schildersmuseum Oost Nederland opgericht. Van den Dobbelsteens initiatief kreeg meteen steun van andere schilderfanaten onder wie Jan te Lintelo uit Haaksbergen en de Hengeloërs Hennie en Jeroen Schothuis.

Attent
De naam van de stichting is intussen gewijzigd in Museum Het Schildersvak. ‘Sommigen vroegen zich af hoeveel schilderijen in ons museum komen te hangen. Toen hebben we maar een andere naam gekozen’, motiveert Van den Dobbelsteen de keuze. Met kunstschilders heeft het museum niets van doen, eerder met winterschilders.

Van den Dobbelsteens droom gaat binnen afzienbare tijd in vervulling. Het museum wordt ondergebracht in het voormalige pand van supermarkt Attent aan de Beckumerstraat. ‘Daar kunnen we voorlopig uit de voeten.’

Wanneer het museum precies de deuren opent, laat hij nog even in het midden. Eerst moet de bestemming van het pand nog worden gewijzigd en daarna is een paar maanden gemoeid met de inrichting en een bescheiden verbouwing.‘We krijgen een gedoogvergunning voor drie jaar met een optie voor nog eens twee jaar’, meldt de Boekeloër.

Met de opening van het museum lost de stichting haar belofte aan de Boekelose Ondernemersvereniging (BOV) in. ‘We zijn al in 1995 benaderd door de BOV. Een schildersmuseum past heel goed tussen alle ideeën in het plan Sporen door Boekelo.’

Niet statisch
De bezoeker loopt straks niet door een statisch museum waarin alleen maar gebruiksvoorwerpen van de schilder in vitrines liggen of aan de wand hangen. Van den Dobbelsteen: ‘Dat is nu net niet de bedoeling. Het wordt veel meer dan alleen een droge verfkwast aan de muur. Natuurlijk hebben we kwasten in alle soorten en maten, maar ook oude machines en andere gebruiksvoorwerpen.’

Dus zijn straks maalwerktuigen, verfwalsen en -spuiten, potmolens en verfbereidingsmachines te zien. De vrijwilligers van het museum demonstreren hoe er vroeger mee werd gewerkt. ‘Met behulp van oude recepten willen we laten zien hoe je op klassieke wijze verf maakt. Zoals lijnolieverf. We gebruiken daar lijnolie voor die is geslagen in de Oostendorper watermolen. In de zomermaanden willen we kinderen die op campings in de omgeving verblijven, zelf milieuvriendelijke verf laten maken’, ontvouwt Van den Dobbelsteen enkele plannen.

Ideeën voor hun ‘kijk- en doe-museum’ hebben de initiatiefnemers volop. Behalve demonstraties zijn tal van cursussen te bedenken die in het schildersmuseum worden gegeven: glas-in-lood maken of een cursus hout- of marmerimitatie. Van den Dobbelsteen pakt een groot stuk karton waar hij met viltstift zijn idee voor de inrichting van het museum op heeft getekend. Er is een plek voor een bibliotheek met alle oude schildersboeken en -tijdschriften die de stichting in de loop der jaren verzamelde en ontving, een hoekje is ingeruimd voor video- en diapresentaties, er komt een verfmakerij en een schilderswerkplaats anno 1920. Natuurlijk ontbreekt een tentoonstellingsruimte niet.

Deuren
Naast oude schildersattributen, potten verf en stopverf en authentieke reclameborden zijn in die hoek volgens de Boekeloër ‘de mooiste deuren van Europa’ te bewonderen. Schilders in opleiding bewerken ouderwetse paneeldeuren met verschillende technieken als patineren, tamponeren en slijpen. ‘We willen laten zien hoe mooi een schilder kan schilderen. De mensen moeten denken: goh, we wisten niet dat schilders dát deden’, legt Van den Dobbelsteen uit.

Zelf stond hij langer voor de klas dan op de ladder. Vanaf 1960 gaf Van Dobbelsteen dertig jaar les aan de schildersvakopleiding. Nog altijd praat hij lyrisch over het schildersvak.

‘Het is zo’n mooi beroep. Onvoorstelbaar wat een schilder maakt. Het is iemand die net zo makkelijk heel fijn reclameschilderwerk maakt, ornamenten schildert of raamkozijnen in de verf zet.’ Het bewijs is binnenkort te zien in het museum in Boekelo.      <terug>